Je WW-uitkering is afhankelijk van je arbeidsverleden. De hoogte van je (tijdelijke) WW-uitkering zal lager zijn dan je laatst verdiende salaris. De WW-uitkering heeft een maximumgrens. Als je een hoog salaris hebt, kan het verlies van inkomen groot zijn. Daarnaast moet je in de 36 weken voordat je werkloos wordt, minimaal 26 weken gewerkt hebben.
Bij ontslag op staande voet hebt je helemaal geen recht op een WW-uitkering. Mogelijk heb je dan wel recht op een bijstandsuitkering.
Tot 1 oktober 2006 gold er nog een verwijtbaarheidstoets. Dat hield in dat de werknemer in verweer moest komen tegen zijn ontslag om het recht op een WW-uitkering te behouden. Dit gebeurde vaak via een (pro forma) ontbindingsprocedure. Die verwijtbaarheidstoets is inmiddels versoepeld. In de praktijk komt het erop neer dat werkgever en werknemer het ontslag vaak regelen via het opstellen van een beëindigingsovereenkomst. Het recht op een WW-uitkering komt wel te vervallen als je op staande voet wordt ontslagen of zelf het initiatief neemt tot ontslag. Bij twijfel kun je gratis juridisch advies inwinnen bij ons.